De Chinese bruiloft
tekst Sanneke van Hassel
ontwerp Inge Vaes
Om half acht stond ik bij Geert op de stoep. Het was nog donker en de wind suisde om het flatgebouw. Na zes keer bellen deed hij nog steeds niet open. Ik pakte mijn telefoon.
Met een slaperige stem nam hij op: ‘Hee, Michiel…momentje…’
‘Geert, klootzak. Doe open, man. Het is fucking koud.’
De glazen deuren schoven open. In de lift zag ik mezelf staan. Witjes, kleine ogen, een pak dat te ruim viel. Hoe was Geert op het idee gekomen om in december te trouwen? Waarom hadden hij en Jing Jing zo’n haast en stapten ze niet gewoon in juli in het huwelijksbootje?
Alsof december niet druk genoeg was. Op mijn werk moest ik van alles afronden. De afdeling Planning had er goed de vaart in gezet. En om de dag hing mijn moeder aan de lijn of ik al wist wat ik met kerst ging doen.
Geert stond in badjas in de deuropening.
‘We moeten over een uur bij Jing Jing zijn, eikel.’ Ik duwde hem naar binnen.
‘Rustig maar, ik weet al wat ik aantrek.’ Hij grijnsde.
Op tafel stond een lege whiskyfles. Over de bank lag zijn trouwpak. Een afzichtelijk glimmend geval. Beneden lichtte de stad op. De ochtendfile op de brug. Terwijl ik voor het raam heen en weer liep, zette Geert op zijn gemak koffie.
‘Even voor de goede orde,’ riep ik hem toe. ‘We moeten dus doen alsof we erin willen en dan direct die rode envelopjes overhandigen?’
‘Ja, en dan worden we steeds geweigerd en moeten we meer bieden. Het schijnt dat je daar minimaal een half uur zoet mee bent.’
‘En de deelgemeente, hoe laat worden we daar verwacht?’ vroeg ik.
‘De ambtenaar kon alleen om elf, dat wordt doorpezen.’
Ik lachte schamper. Opschieten was iets wat ik Geert in die tien jaar dat we elkaar kenden nog nooit had zien doen. Nog een biertje, telefoontje, een laatste cappuccino.
Om vijf voor half negen reden we in Geerts BMW zijn garage uit. Hij zag eruit als de directeur van een escortservice. Bij het pak had hij een glimmend paars overhemd gekozen. ‘Shantung-zijde,’ zei hij, ‘in China laten maken.’
Bij de studentenflat van Jing Jing waren geen parkeerplaatsen. Geert zette de auto op de stoep. We belden aan bij nummer 78. Er klonk een zoemer, en toen een vrouwenstem. ‘Yes?’ Er klonk gelach. Het was Kerstin, de Zweedse studiegenoot van Jing Jing. ‘You cannot come in just like that,’ zei ze op verontwaardigde toon. Gezien haar land van herkomst zat de rol van verdedigster van de vrouw haar als gegoten. ‘First I want to see money.’
‘We have something special for you,’ was het enige dat ik kon verzinnen. Geert stond rustig de espresso te drinken die hij onderweg bij de Coffee Company had gehaald.
Na enig gepingpong mochten we binnenkomen.
Het was stil op de galerij. De meeste studenten sliepen nog. De deur van de toekomstige bruid was te herkennen aan een rode papieren draak. Bij de hals zat een scheur. Kop en romp waren met plakband weer aan elkaar gezet.
Ik belde aan, hield het knopje ingedrukt.
De deur ging een stukje open. ‘What do you want?’ Achter Kerstins steile blonde haren zag ik een glimp van Jing Jing. Ze droeg een jurk zoals ik die van de Barbies van mijn zusjes herinnerde. Veel tule. Jing Jing pakte haar rokken samen en trippelde haar kamer in. Het poppetje op de bruiloftstaart. Meneer Wang zat op een stoel bij de muur, kaarsrecht. Mevrouw Wang was met de strijkplank en de sluier bezig.
‘We have plenty of dough for you,’ zei ik tegen Kerstin. Achter mij stond Geert zijn nieuwe digitale camera uit te proberen. Ik trok aan zijn mouw. Hij duwde drie rode enveloppen in mijn handen waarin hij Monopoly biljetten had gestopt. De onberispelijke vader Wang. In China werden vaak grote sommen geld overhandigd, waarvoor een leven lang was gespaard.
‘Okay, we will see if you men can keep word.’ Kerstin sprak het woord men uit alsof ze het over bedorven bami had. Ze trok de deur open. In haar rechterhand hield ze de buitgemaakte enveloppen, met haar linkerarm barricadeerde ze de ingang. ‘But first I want you to do the dishes, so I know you will be good husband.’
Blozend zag Jing Jing toe hoe Geert in haar keukenschortje de pannen van gisteravond schoonkrabde. Mevrouw Wang had uitgebreid gekookt. Vloekend werkte Geert zich door de berg heen.
In de woonslaapkamer van Jing Jing stond het logeermatras van haar ouders tegen de muur. Een plastic krat diende als salontafeltje. Hierop stond een Chinese theeset. ‘Very old,’ zei Jing Jing eerbiedig terwijl ze Geert naar de vloer trok. Het jonge paar knielde. Meneer Wang vertrok geen spier. Nadat Geert klaar was met de afwas had de oude man een uitvoerig betoog gehouden en zijn vuist gebald. ‘Hij vraagt waar de ouders van Geert zijn,’vatte Jing Jing samen.
Met Geerts nieuwe camera fotografeerde ik de theeceremonie. Geert schonk in. Thee gutste over de rand van de kleine kommetjes. Kerstin snelde toe met een vaatdoekje. Moeder Wang rilde vol afgrijzen. Vervolgens schoof vader twee enorme gouden armbanden om Jing Jings bovenarmen. Ze was hun enige kind en dus hun pensioenvoorziening, had ze me eens verteld. Om zeker te zijn van een baan had ze voor de studie informatica gekozen. Ze was een tijdje in Europa gaan studeren om aan de gesloten gemeenschap en de druk van de familie te ontsnappen. ‘In Shanghai we live like rats.’
Het huwelijk werd voltrokken op het deelgemeentekantoor bij Jing Jing om de hoek. De ambtenaar van de burgerlijke stand verbond zinnen uit het Hooglied met zijn eigen huwelijkservaringen. ‘Ik weet dat liefde lente is, maar ook een beetje sneeuw,’ besloot hij met Toon Hermans.
Geert, die de hele plechtigheid had zitten grijnzen, stond op en haalde een doosje uit zijn binnenzak. Hij keerde zich naar het zaaltje waar zich een man of dertig had verzameld. ‘Een echte Schaap en Citroen.’ Tussen duim en wijsvinger hield hij een witgouden ring die hij aan Jing Jings vinger stak. De bruid giechelde.
Ik zat naast mevrouw Wang die met een zakdoekje over haar tas wreef. Op en neer, op en neer, het rode leer moest roder. Haar blik was op haar dochters rug gericht. Vier dagen was ze in Nederland. Morgen zou het pasgetrouwde stel de ouders Wang weer op het vliegtuig zetten en daarna zelf naar Ibiza vertrekken.
Ik tekende als getuige van Geert, Kerstin voor Jing Jing. Van de deelgemeente kreeg het paar een zakagenda. ‘Dat die maar snel als gezinsplanner moge functioneren,’ zei de ambtenaar.
Na de plechtigheid was de fotograaf besteld, een Japanse studievriend van Jing Jing, die bij voorkeur zijn eigen uitgaansleven fotografeerde.
‘Hier.’ Geert wierp me zijn portemonnee toe. ‘Ga maar even met paps en mams de Oude Haven in, die oude schepen, dat vinden ze prachtig.’
‘Sorry Michiel but I really have to go to the hairdresser,’ Kerstin stapte op de fiets en wuifde. ‘See you later.’
‘Please follow me.’ Ik stak mijn hand in de lucht en lachte schaapachtig. Vader Wang keek met vragende ogen naar zijn dochter. Moeder voegde zich zonder blikken of blozen aan mijn zijde. Ik haakte mijn arm in de hare. Twee koppen stak ik boven het echtpaar uit. Het woei hard en mevrouw Wang liep moeilijk. Het bezoek aan de historische scheepswerf beperkten we tot een ommetje. Snel stapte ik café het Bolwerk binnen. Aan de bar zaten een paar mannen met uitgebluste gezichten. Ik zette de ouders aan een tafeltje bij het raam en haalde koffie. Onderweg had ik bij een krantenzaak een plattegrond van de stad gekocht die ik voor hen uitspreidde. ‘Here river,’ zei ik, ‘and two bridges, very, very big bridges.’ Ik spreidde mijn armen.
‘Here Jing Jing.’ Ik zette een kruisje in het oosten van de stad. ‘And here Geert.’ Kruis bij de rivier. Ze zouden pas gaan samenwonen als Jing Jing was afgestudeerd en een baan had. Geert vond economische zelfstandigheid erg belangrijk in een relatie.
Moeder knikte geïnteresseerd. Vader staarde uit het raam. Zijn koffie was onaangeroerd. Ik keek op mijn horloge. Pas over twee uur zou de receptie beginnen. Ik koos Geerts nummer. Hij nam niet op.
‘Now we have Dutch traditional drink.’ Ik bestelde drie ouwe klare.
‘Proost!’ In een keer sloeg ik het glaasje achterover.
De receptie en het diner vonden plaats in the Kitchen, een klein restaurant dat zich door alle wereldkeukens liet inspireren. De ouders Wang en ik kwamen als eersten binnen. Het personeel zat te eten en negeerde ons. Pas toen ik de ouders uit hun jassen had geholpen was een of ander grietje zo goed ons een tafel te wijzen. Het restaurant zat in de uitgaansstraat van de stad, naast een coffeeshop. Het was me nooit eerder opgevallen hoeveel daklozen, junks en zware jongens in donsjacks hier voorbijkwamen. Mevrouw Wang keek met rode konen naar buiten.
Uitgelaten vielen Geert, Jing Jing en de kleine fotograaf door het tochtgordijn naar binnen. De camera ging rond. We mochten alle plaatjes zien. Het drietal had werkelijk elke uithoek van de stad bezocht. Jing Jing die naar Geert rent op de trappen van het Beursgebouw, Geert die het beeld van Erasmus omhelst terwijl Jing Jing een geleerde frons trekt, Geert en Jing Jing zoenend tegen een container, in de verte de lichtjes van de raffinaderijen van Pernis.
‘En was het gezellig met onze gasten?’ vroeg Geert.
‘Wonderful,’ zei ik, ‘echt onvergetelijk.’
‘Goed dat je er bent kerel,’ zei Geert terwijl hij een arm om zijn vrouw sloeg.
De eerste gasten kwamen binnen. Ik maakte me uit de voeten en ging bij de doorgang naar de bar staan. Van elk blad bier dat passeerde nam ik een glas. De ruimte vulde zich met rook en rumoer. Ik dronk in hoog tempo.
Geert wilde geen rij maar begroette de gasten persoonlijk. ‘Ik heb jou straks aan tafel bij ons in de buurt gezet,’ riep hij me over de hoofden toe. ‘Jou kennen die ouders nu een beetje.’ Hij kneep in mijn arm en grijnsde zijn tanden bloot. Ik moest denken aan het nijlpaard dat we samen in Kenia voorbij hadden zien zwemmen.
Verderop aan de bar zag ik het korte bruine haar van Annabeth, haar blote rug. Ik kende haar van een training, ze werkte voor Procter & Gamble. Kleine kans dat zij ook aan de familietafel was ingedeeld.
Toen ik wakker werd greep ik naar mijn borst. Ter hoogte van mijn hart prikte iets door mijn overhemd. Ik opende mijn ogen. Een rood vaantje. De veiligheidsspeld was los geraakt. Rood brengt geluk. Mijn kop bonkte. Ik deed mijn ogen weer dicht. Het paar uitzwaaien. De brandende waxines die we in onze handen hielden. Lied op de melodie van Angie.
Ik tastte naar het glas water naast mijn bed. Een lijn licht viel tussen de gordijnen door. Ik trok ze dicht, ging weer liggen. Leeg schoolbord denken. Wisser. Daar rukten de beelden weer op. Het ellenlange diner. ‘Fusion! Westers met oosterse invloeden!’ schreeuwde Geert met schorre stem. Menukaart met grijnzende Mao. Ingerukt, mars: Oriental Oysters of Love, Papadum Foie Gras, Caught in the Noodle. Rechts van mij het onaangetaste bord van moeder Wang. Aan de overkant van de tafel was vader Wang aan het krimpen, hij paste precies in mijn hand. Pinkeltje en de Chinese bruiloft. Ik lachte hard. Verschrikte gezichten. ‘O Greet, lovely,’ krijste de Japanse fotograaf. Te luide middelbare school disco. Bij de bar viel ik Annabeth om de hals. De rest van de avond keerde ze mij haar rug toe, bloot tot aan haar string. Bier en groene huwelijkscocktails. Zwaai maar naar het paar. Een taxi. Ik had een taxi besteld. Mevrouw Wang erin duwen, vader kon het zelf, stootte mij opzij. Met een knal sloeg ik de deur dicht. Lopen zonder om te kijken. Naar Bar Q. Bierglas op een voet en Antilliaanse meisjes. In de verte danste Kerstin, haar blonde haren hingen los. Ik schuimde de dansvloer af. We bewogen als onderwater wieren. We waren oysters, oysters of love.
woensdag 16 juli 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten